Retroactieve premie zonnepanelen: bedrag berekenen
De retroactieve investeringspremie compenseerde het verlies van de terugdraaiende teller. De aanvraag is definitief afgesloten sinds 31 december 2025. Hieronder leest u wie in aanmerking kwam en hoe het bedrag werd berekend.
In dit artikel: wie recht had, hoe het premiebedrag werd berekend (omvormervermogen of piekvermogen), een rekenvoorbeeld, en wat er nu nog overblijft voor zonnepanelen.
Kort antwoord
De retroactieve investeringspremie compenseerde het verlies van de terugdraaiende teller. De aanvraag is definitief afgesloten sinds 31 december 2025. Hieronder leest u wie in aanmerking kwam en hoe het bedrag werd berekend.
In dit artikel
U leest wie recht had op de premie, hoe het premiebedrag werd berekend via het omvormervermogen of het piekvermogen, een concreet rekenvoorbeeld, hoe lang de uitbetaling duurde, wat u kon doen als u te laat was, en wat er nu nog overblijft voor zonnepanelen.
Wat was de retroactieve premie?
De retroactieve investeringspremie compenseerde het verlies van de terugdraaiende teller voor wie vroeg zonnepanelen plaatste en daarna een digitale meter kreeg. Met de oude terugdraaiende teller draaide de meter letterlijk terug wanneer uw zonnepanelen meer produceerden dan u verbruikte. Toen de digitale meter dat principe verving, werden injectie en afname apart afgerekend en viel dat voordeel weg.
Wie zijn installatie nog op het oude principe had ontworpen, zag daardoor de terugverdientijd oplopen. De retroactieve premie was een eenmalige vergoeding van Fluvius die dat verlies deels rechttrok. Ze garandeerde een rendement van 5 procent op een referentie-installatie, berekend op basis van het vermogen van uw zonnepanelen.
Wie kwam in aanmerking?
De premie was bedoeld voor eigenaars van zonnepanelen die in dienst werden genomen voor 1 januari 2021. Concreet ging het om installaties uit de periode van ongeveer 2006 tot en met 2020, die na de afschaffing van de terugdraaiende teller een digitale meter lieten plaatsen.
- › Zonnepanelen in dienst genomen voor 1 januari 2021 (installaties tussen ongeveer 2006 en 2020).
- › Een digitale meter geplaatst na de afschaffing van de terugdraaiende teller.
- › De aanvraag moest binnen 6 maanden na de plaatsing van de digitale meter gebeuren.
Goed om weten
Installaties die na 31 december 2020 in dienst gingen, vielen buiten de retroactieve premie. Zij rekenden meteen onder het regime van de digitale meter en konden geen aanspraak maken op deze compensatie.
Hoe werd het bedrag berekend?
Het premiebedrag was gebaseerd op het vermogen van uw installatie en garandeerde een rendement van 5 procent op een referentie-installatie. De basisformule was eenvoudig: het vermogen vermenigvuldigd met een indicatief tarief per kW.
De formule
Vermogen (kVA of kWp) x tarief per kW = premiebedrag
Het tarief per kW lag indicatief tussen ongeveer 250 en 310 EUR, afhankelijk van het jaar van indienstname. Recentere installaties kregen meer, installaties van voor ongeveer 2014 kregen niets meer omdat zij de 5 procent al hadden bereikt.
Twee berekeningswijzen
Het vermogen kon op twee manieren worden bepaald. De eerste was de standaard via Fluvius, de tweede vereiste dat u zelf bewijs aanleverde maar leverde vaak een hoger bedrag op.
| Berekeningswijze | Hoe bepaald | Bewijs | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| Omvormervermogen (kVA) | Standaard via Fluvius | Geen extra bewijs nodig | 3 kVA x 267 EUR = ongeveer 801 EUR |
| Piekvermogen (kWp) | Op aanvraag, vaak hoger | Factuur en AREI-keuringsattest | 3,6 kWp x 267 EUR = ongeveer 962 EUR |
Bij de eerste wijze rekende Fluvius standaard met het omvormervermogen in kVA. Bij de tweede wijze mocht u rekenen met het piekvermogen in kWp, dat doorgaans hoger ligt dan het omvormervermogen, maar dan moest u dat staven met de factuur van uw installatie en het AREI-keuringsattest.
Rekenvoorbeeld
Een installatie met 3 kVA omvormervermogen aan een indicatief tarief van 267 EUR per kW gaf ongeveer 3 x 267, dus ongeveer 801 EUR. Berekend op basis van 3,6 kWp piekvermogen werd dat 3,6 x 267, dus ongeveer 962 EUR. Voor dezelfde installatie kon de keuze voor het piekvermogen dus enkele honderden euro verschil maken.
Indicatief van 0 EUR (oudere installaties) tot ongeveer 4.360 EUR voor grotere, recentere installaties.
De vermelde tarieven en bedragen zijn indicatief. Ze hingen af van het exacte jaar van indienstname en van de gekozen berekeningswijze. Installaties van voor ongeveer 2014 kwamen niet meer in aanmerking, omdat zij het gegarandeerde rendement van 5 procent al hadden behaald.
Hoe lang duurde de uitbetaling?
Na goedkeuring van uw dossier door Fluvius werd de premie indicatief binnen enkele maanden uitbetaald op de rekening die u bij de aanvraag had opgegeven. De precieze termijn hing af van de volledigheid van het dossier en van eventuele bijkomende vragen.
Dossiers waarin de factuur, het keuringsattest en de meterstanden meteen correct waren aangeleverd, werden doorgaans sneller verwerkt. Bij ontbrekende stukken liep de behandeling op, omdat Fluvius dan eerst de bijkomende gegevens moest opvragen.
Wat als u te laat was?
De retroactieve premie is definitief afgesloten. De aanvraag liep af op 31 december 2025, met enkel een beperkte uitloop tot 31 maart 2026 voor dossiers waarvoor nog saneringswerken aan de digitale meter nodig waren. Wie de aanvraagtermijn van 6 maanden na de plaatsing van de digitale meter miste, kan de premie niet meer alsnog aanvragen.
Werd uw aanvraag afgewezen of was u te laat, dan is er geen beroepsprocedure meer mogelijk om de premie alsnog te verkrijgen. De regeling is gesloten en er komt geen vervangregeling. Het heeft dan ook geen zin om nog een nieuwe aanvraag in te dienen.
Onthoud
De focus ligt nu op wat nog wel overblijft om uw zonnepanelen rendabel te houden: de terugleververgoeding, het verlaagd btw-tarief van 6 procent en slim zelfverbruik, eventueel met een thuisbatterij.
Wat blijft er nu over?
Er is geen retroactieve premie meer, maar uw zonnepanelen blijven in 2026 geld opleveren. Drie hefbomen bepalen vandaag hoe rendabel uw installatie is.
Terugleververgoeding
Vergoeding voor injectie
U ontvangt van uw energieleverancier een vergoeding voor de stroom die u op het net injecteert.
Verlaagd btw-tarief
6 % btw
Bij werken aan een woning ouder dan 10 jaar, in plaats van 21 % btw.
Daarnaast blijven zonnepanelen rendabel door slim zelfverbruik: hoe meer van uw eigen productie u zelf gebruikt, hoe groter het voordeel. Een thuisbatterij of een warmtepomp versterkt dat effect. Alle voorwaarden en de actuele stand van zaken leest u op onze pagina over de premie zonnepanelen.
Vergeet het verlaagd btw-tarief van 6 % niet
Bij de renovatie van een woning die ouder is dan 10 jaar geldt het verlaagd btw-tarief van 6 % (in plaats van 21 %) op de arbeid van een geregistreerde aannemer. Dit voordeel is volledig cumuleerbaar met Mijn VerbouwPremie en Mijn VerbouwLening.
- Woning ouder dan 10 jaar
- Gebruikt als hoofdverblijfplaats (privégebruik)
- Uitgevoerd door een geregistreerde aannemer
- Factuur op naam van de eigenaar of huurder
Concreet rekenvoorbeeld
Voor 10 000 EUR exclusief btw aan werken betaalt u 10 600 EUR met 6 % btw, in plaats van 12 100 EUR met 21 % btw. Dat is een direct voordeel van 1 500 EUR, bovenop uw premies.
De retroactieve premie is afgelopen, maar voor andere renovatiewerken bestaan er nog volop premies. Simuleer uw premies voor isolatie en verwarming.
Simuleer mijn premiesPremies die wel bestaan
Retroactieve premie zonnepanelen: uw vragen beantwoord
Hoeveel bedroeg de retroactieve premie voor zonnepanelen?
Kan ik de retroactieve premie nog aanvragen in 2026?
Hoe werd de retroactieve premie berekend?
Wie kwam in aanmerking voor de retroactieve premie?
Hoe lang moest ik wachten op de uitbetaling?
Kan ik de digitale meter weigeren?
Wat blijft er over voor zonnepanelen?
Zonnepanelen plaatsen of uitbreiden in 2026?
De retroactieve investeringspremie is geschiedenis, maar zonnepanelen blijven rendabel via de terugleververgoeding, het btw-tarief van 6 procent en slim zelfverbruik. Vraag vrijblijvend een offerte en ontdek wat een installatie u vandaag oplevert.